zondag 4 februari 2018

Mfkzt De inleiding tot het mysterieuze Egyptische verborgen manna, het ormus


Hieronder plaats ik een inleidend verhaal dat zal leiden naar een mysterieuze ontdekking van een mysterieus zuiver wit mfkzt projectie poeder – dat gevonden werd op de hoge vlakten van Egypte, onder plavuizen van een belangrijke Egyptische tempel.
Dit zuivere witte mfkzt poeder werd volgens mij in de oudheid aangeduid als de Alchemistische Steen der Wijzen, de Philosopher Stone en is in onze tijd ook weer teruggekomen en niet herkend als het Graancirkel poeder wat soms achterblijft ‘als residu’ bij niet door mensen gemaakte Graancirkels en wat mijn inziens dezelfde soort substantie is als wat in rond de jaren 70 is ontdekt als ORMUS. Wat beschikt over tal van bijzondere eigenschappen die niet alleen gunstig zijn voor een super gezondheid maar veel en veel meer in petto heeft. Luister ook naar het video filmpje dat ik onderaan in deze blog heb geplaatst.

Sir W.M. Flinders Petrie, een in zijn tijd vooraanstaande en nauwgezette archeoloog

Sir W.M. Flinders Petrie 1 was een Brits archeoloog en Egyptoloog. Rond 1904 was Sir W.M. Flinders Petrie met zijn team begonnen aan zijn expeditie in Egypte met als doel de verkenning van het oude koper en turkooismijngebied van het schiereiland Sinaï, boven de Rode zee, ten oosten van Egypte. Maar zouden te zijnertijd een belangrijke vondst doen namelijk het mysterieuze zuiver witte mfkzt poeder.
Dit was tevens het land van de Bijbelse berg van Mozes, die in het oudtestamentische boek Exodus als de berg ‘Horeb’, of zoals een oudere en meer correcte benaming in de oude Septuagint 2 uit de derde eeuw voor Christus als de berg ‘Choreb’ wordt aangeduid.
De expeditie van Petrie en zijn team werd gesponsord door het Egypt Exploration Fund, deze organisatie was opgericht in 1891 en had in de statuten opgenomen dat het doel van de stichting was ‘Bevordering van onderzoek en opgravingen als verheldering of illustratie van het verhaal van het Oude Testament..’ 3 Omdat de bevindingen van Sir W.M. Flinders Petrie in een later stadium in zouden gaan tegen de kerkelijke interpretatie van het Bijbelse verhaal zou de financiële ondersteuning worden ingetrokken. Maar zover is het nog niet.

Het geheim van de berg van Mozes

Omdat het gebied van de Sinaï keten nogal uitgebreid groot was, had men al eerdere pogingen ondernomen gehad om de berg van Mozes te bepalen. In de vierde eeuw van Christus had een christelijk genootschap op een berg ten zuiden van de Sinaï een klooster gesticht en die plek de Berg van Mozes genoemd – omdat de plek niet correspondeerde met de geografische gegevens die bekend waren was dit een duidelijke vergissing of misschien wel een vervalsing.
Het boek Exodus beschrijft de route die Mozes en de Israëlieten omstreeks 1300 voor Christus zouden hebben afgelegd. Aan deze route lag de 780 meter hoge berg op een zandstenen plateau boven de vlakte van Paran. Dit plateau staat tegenwoordig bekend als de Serabit el Khadim (Hoogte van de Khadim).
Petrie en zijn team beklommen deze ruige hoogvlakte opnieuw, maar hoewel ze geen idee hadden van wat ze konden verwachten maakte deze klim deel uit van de verkenningen. Toen zij echter de top bereikten deden zij een verbazingwekkende ontdekking.
Zij vonden namelijk bij een grote kunstmatige grot, op een terrein met een breedte van zo’n zeventig meter de ruïnes van een oude tempel met inscripties die teruggingen tot aan de tijd van Snofroe, een farao uit de vierde dynastie, die er rond 2600 voor Christus leefde. 4
Petrie zou later hebben geschreven over deze omvangrijke ontdekking ‘Alles lag onder het zand en niemand had enig idee van het bestaan ervan, totdat we het terrein afgroeven.’ 5 Wat zij hier hadden gevonden moest een belangrijke Egyptische tempel zijn geweest.
Het is helaas lange tijd de gewoonte geweest voor archeologen om vindplaatsen in andere landen te plunderen en hun trofeeën mee te nemen naar musea in het Westen, dat gold niet alleen voor draagbare objecten maar ook voor grote beelden, obelisken en zelfs stukken muur uit de gebieden als Egypte, Assyrië en Babylonië. De vele musea in Amerika, Engeland en de rest van Europa liggen dan ook vol met voorbeelden hieromtrent. Hoewel diverse beschadigde objecten die door Petrie werden vernoemd niet zijn meegenomen destijds door de expeditie groep, werden ze later door andere weggehaald toen de vindplaatsen bekend werden gemaakt. Een ander expeditie team van de Universiteit van Harvard in 1935 vond er dan ook niets meer van terug.

De  ontdekking viel niet in goede aarde

De reden waarom zoveel vondsten van Petries expeditie in het geheim opgeslagen werden is dat zijn ontdekking in die tijd niet in zulke goede aarde was gevallen omdat ze in tegenspraak leken te zijn met de gebeurtenissen zoals die waren opgetekend in het Bijbelse boek Exodus. Hier zou namelijk Mozes het brandende braambos hebben gezien, gesproken hebben met JHWH, het gouden kalf hebben verbrand en de stenen tafelen met de Tien Geboden hebben ontvangen.
Feitelijk gezien sprak het verslag van Petrie niet zozeer het Bijbelse verhaal tegen, als wel de kerkelijke interpretatie ervan en de manier waarop het verhaal aan de man werd gebracht. Voor het Egypt Exploration Fund was dat genoeg reden om de financiering van de expeditie te stoppen.
Hoewel Sir W.M. Flinders Petrie een van de meest vooraanstaande archeologen was van zijn tijd, kreeg hij toch te maken met de afkeurende houding van de autoriteiten. Nadat hij terugkeerde naar huis besloot hij om zijn ontdekkingen te publiceren en hierop werd onmiddellijk de financiering van het project ingetrokken. Hierover schreef Petrie later: ‘Daarom zal ik in de toekomst moeten vertrouwen… op het Egyptian Research Account en de Britisch School of Archaeology in Egypte’. Al de aantekeningen van Petrie zijn verzameld in een lijvig boek dat de naam Researches in Sinai heet, dat in 1906 bij John Murray in London werd gedrukt.  6
Het bovengrondse deel van de tempel bestond uit aangrenzende zalen, heiligdommen, binnenplaatsen, cellen en kamers, binnen een ringmuur. De belangrijkste opgegraven gedeelten staan bekend als de Zaal van Hathor, het Heiligdom, het Altaar der Koningen en de Portiekhof. Eromheen stonden zuilen, stèles met afbeeldingen van Egyptische vorsten door de eeuwen heen. Sommige koningen zoals Thoetmozes III, kwamen regelmatig voor op staande stenen en wandreliëfs. Na het onderzoek van het hele complex had Petrie geschreven: “Er is geen enkel ander monument bekend waarvan het ons meer kan spijten dat het niet beter bewaard is gebleven.” 7
Op de binnenplaatsen en in de zalen van de buiten-tempel bevonden zich talloze uit de rots gehouwen rechthoekige tanks en bassins, met merkwaardige gevormde bank-altaren met een inspirerende voorkant en verdiepingen. Er waren ronde tafels, bladen en schotels, maar ook vazen en bekers van alabaster – een groot aantal in de vorm van een lotusbloem. Bovendien troffen de onderzoekers in de kamers nog een hele verzameling geglazuurde plaquettes, cartouches, scarabeeën en heilige voorwerpen aan, versierd met spiralen, diagonale vlakken en mandpatronen. Er lagen scepters van een onbekend hard materiaal, en in de portiek stonden twee kegelvormige stenen van respectievelijk circa 15-22,5 cm hoog.
Het mysterieuze zuiver witte mfkzt poeder
Dat alles was al verbazingwekkend genoeg, maar nog vreemder was de ontdekking van een metallurgische smeltkroes en een aanzienlijke hoeveelheid zuiver wit poeder (White Powder Gold), verborgen onder zorgvuldig neergelegde plavuizen.
“Rosetta Stone” by © Hans Hillewaert. Licensed under CC BY-SA 4.0 via Wikimedia Commons.
Na deze vondsten ontstond er onder de Egyptologen een discussie over de aanwezigheid van een smeltkroes in een tempel en de functie van de mysterieuze stof mfkzt (soms uitgesproken als ‘mufkuzt’), die tientallen malen werd genoemd in de inscripties op de wanden en stèles van Serabit. 8 Sommige meenden dat mfkzt niets anders was dan koper, andere dachten aan turkoois, omdat beide stoffen gedolven werden in het laagland voorbij de berg. Weer een andere groep hield het op malachiet. Maar voor al deze theorieën was geen enkel bewijs, vooral ook omdat er geen sporen van deze stoffen op de plek werden aangetroffen. Als het delven van turkoois tijdens al die dynastieke perioden een belangrijke functie van de tempelheren zou zijn geweest, had dit materiaal toch op die plek – en in overvloed in de Egyptische graftomben – gevonden moeten worden, maar dat was niet het geval.
In de loop van de discussie kwam vast te staan dat de Duitse filoloog Karl Richard Lepsius al veel eerder, namelijk in 1845, het woord mfkzt in Egypte was tegengekomen en zich had afgevraagd wat ermee bedoeld werd. Sterker nog, die vraag was al gesteld door de Franse wetenschapper Jean Francois Champollion, die in 1822 de sleutel tot de Steen van Rosetta had gevonden en daarmee een begin had gemaakt met de ontcijfering van de Egyptische hiërogliefen.
In werkelijkheid was al enige tijd voor de Petrie expeditie vastgesteld dat mfkzt geen turkoois, koper of malachiet was, maar een soort ‘steen’ heel kostbaar en op een andere manier instabiel. Op talloze Egyptische lijsten met kostbare stoffen kwam mfkzt voor. De andere edelstenen, mineralen en metalen op die lijsten konden dus geen mfkzt zijn, omdat ze al bij naam werden genoemd. Na meer dan honderd jaar onderzoek kwamen de Egyptologen in 1955 ten slotte tot de onbevredigende conclusie ‘dat mfkzt een waardevol mineraal was’
Deze bovenstaande tekst komt grotendeels, hetzij hier en daar een beetje ingekort en aangepast in mijn eigen woorden, uit de werken van Laurence Gardner. Later meer!