
Hans
Siepel kreeg ooit de diagnose dat hij zou sterven. Maar hij bleef
leven. De aankondiging van zijn overlijden veranderde alles: ’Ik
heb iets ontdekt dat eeuwig is en tijdloos: de ziel.
De
ernstige ziekte die hem eind jaren negentig trof, bleek later
a
blessing
in disguise,
te zijn, het begin ook van zijn eigentijdse variant op het thema van
de mystieke heldenverhalen. Het gaat hier om vertellingen die een
vast patroon doorlopen. De ontdekkingsreis van Hans Siepel begon,
zoals dat in veel mythologische verhalen is beschreven, met een
onverwachte oproep, die de mythologische held wegrukt uit zijn gewone
doen.
In zijn geval was het de ziekte die op zijn levensdeur klopte.
Het sloeg zijn zelfbeeld kapot en de zekerheden die mij tot dan door
het leven loodsten, doofden hun lichten. Na enige tijd, bijgekomen
van de eerste schrik, zette hij de eerste voorzichtige stappen in
deze donkere nacht van de ziel en zocht nieuwe lichtbakens om zijn
leven houvast te geven. De weg daarnaartoe was moeizaam, zwaar en
bezaaid met tegenslag en teleurstelling. Zijn grootste tegenstander,
zo ontdekte hij,, was hijzelf.